ECLI:NL:RBDHA:2019:174
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot erkenning vader-kindrelatie op basis van Ghanees geboorteakte
Verzoeker heeft een verklaring voor recht gevraagd dat een buiten Nederland opgemaakte erkenningsakte van zijn kind, opgesteld volgens Ghanees recht, rechtsgeldig is en opgenomen kan worden in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand. Hij stelde dat hij de vader is van het kind en overlegde diverse documenten, waaronder een geboorteakte uit Ghana waarin hij als vader vermeld staat, en verklaringen van de moeder en het kind zelf.
De rechtbank heeft beoordeeld dat het enkele feit dat verzoeker als vader in de geboorteakte staat vermeld niet voldoende is om aan te nemen dat er een familierechtelijke betrekking bestaat die gelijkgesteld kan worden met erkenning volgens Nederlands recht. Het geboortebewijs was niet gelegaliseerd door het Ghanese ministerie van Buitenlandse Zaken en de gelegaliseerde kopieën van de geboorteakte vermeldden de moeder als informant, niet verzoeker.
Hoewel de moeder en het kind verklaren dat verzoeker als informant moet worden beschouwd, is er geen officiële rectificatie van de geboorteakte overgelegd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat er een rechtsgeldige erkenning volgens Ghanees recht heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft daarom het verzoek afgewezen.
De rechtbank baseerde zich op de Nederlandse rechtspraak en het toepasselijke Nederlandse recht, en oordeelde dat zonder bewijs van een rechtsgeldige erkenning de opname in de Nederlandse registers niet kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring van recht en inschrijving van de erkenning in de Nederlandse registers wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtsgeldige erkenning volgens Ghanees recht.