ECLI:NL:RBDHA:2019:1811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis Somalische nationaliteit
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De eerste aanvraag was afgewezen omdat de overlijdensakte van zijn vader vals bleek te zijn. De herhaalde aanvraag werd eveneens afgewezen door verweerder op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Eiser stelde dat nieuwe documenten, waaronder een nieuwe overlijdensakte en een verklaring van de Somalische ambassade, ten onrechte niet als nieuwe feiten (nova) waren erkend. De rechtbank oordeelde dat deze stukken redelijkerwijs bij de eerste aanvraag bekend hadden kunnen zijn, mede omdat eiser geen aanvullende bewijsmiddelen had aangeleverd, zoals getuigenverklaringen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn niet had ontnomen, aangezien gezinshereniging via een herhaalde aanvraag mogelijk is indien nieuwe bewijsmiddelen worden overlegd die redelijkerwijs niet eerder konden worden ingediend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag mvv nareis wordt ongegrond verklaard.