ECLI:NL:RBDHA:2019:1812
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige dreiging bloedwraak in Albanië
Eiser, een Albanese staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel met het argument dat hij in Albanië het slachtoffer zou kunnen worden van bloedwraak. De staatssecretaris wees het verzoek af als kennelijk ongegrond, omdat Albanië als veilig land van herkomst wordt beschouwd en onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat eiser persoonlijk bescherming ontbeert.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het relaas van eiser niet geloofwaardig achtte. Dit oordeel was mede gebaseerd op het ongeloofwaardige verhaal van de broer van eiser, waarop eiser zich deels baseerde. Daarnaast ontbraken concrete aanknopingspunten over een actuele dreiging en wist eiser niet hoe de bloedwraakvoerende familie heette.
Hoewel eiser stelde dat de Kanun-regels bloedwraak beperken tot personen van 18 jaar en dat bescherming door de Albanese autoriteiten twijfelachtig is, vond de rechtbank dat deze argumenten onvoldoende waren om de afwijzing te weerleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige dreiging van bloedwraak wordt ongegrond verklaard.