ECLI:NL:RBDHA:2019:1816
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden in asielzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten met toestemming van partijen.
De beroepsgronden zijn niet tijdig ingediend; eiser kreeg de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen na ontvangst van het herstelverzuimbericht alsnog gronden in te dienen. Deze termijn verstreek op 27 december 2018, maar de gronden werden pas op 1 januari 2019 ingediend.
De gemachtigde van eiser gaf als reden voor de termijnoverschrijding vakantie aan, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet verontschuldigbaar was, mede omdat er geen waarneming was geregeld. Omdat het bestreden besluit een niet-ontvankelijkverklaring van een opvolgende asielaanvraag betrof, had men rekening moeten houden met een korte termijn voor het indienen van beroepsgronden.
De rechtbank wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van beroepsgronden zonder verschoonbare reden.