ECLI:NL:RBDHA:2019:1839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Eiser betoogt dat Spanje tekortschiet in de opvang en behandeling van asielzoekers, waardoor hij risico loopt op onmenselijke behandeling, en verwijst naar diverse rapporten ter onderbouwing.
De rechtbank overweegt dat het HvJ EU ervan uitgaat dat lidstaten voldoen aan het Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM, tenzij concreet wordt aangetoond dat dit niet het geval is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel doorbroken is. Ook heeft eiser niet voldoende gemotiveerd waarom hij niet bij Spaanse autoriteiten heeft geklaagd over zijn situatie.
Hoewel eiser aangeeft dat hij maanden moest wachten op behandeling en geen opvang kreeg, is niet aannemelijk dat er geen opvang beschikbaar is die aan normen voldoet. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is en dat de Staatssecretaris terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel is uitgegaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.