ECLI:NL:RBDHA:2019:1879
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens bejegening ter zitting
Het verzoek tot wraking van mr. L.C. Heuveling van Beek, kantonrechter in de rechtbank Den Haag, is ingediend door verzoeker naar aanleiding van de wijze van bejegening tijdens een zitting. Tijdens het uitspreken van een voorlopig oordeel werd de rechter onderbroken door verzoeker, waarna de rechter aangaf dat dit onbehoorlijk was. Verzoeker eiste dat de rechter dit terugnam, wat niet gebeurde, waarna het wrakingsverzoek werd ingediend.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. Er moet sprake zijn van concrete feiten die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. Het enkele feit dat de rechter verzoeker in de rede viel en dit onbehoorlijk vond, is onvoldoende om die schijn te doen ontstaan.
De wrakingskamer benadrukt dat de rechter belast is met het bewaken van de orde tijdens de zitting en dat de wijze van bejegening alleen reden kan zijn voor een klacht bij het bestuur van de rechtbank, niet voor wraking. Het verzoek is daarom afgewezen en het proces wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van schijn van partijdigheid.