ECLI:NL:RBDHA:2019:1892
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid België
Eiser heeft op 23 mei 2017 asiel aangevraagd in Nederland, maar deze aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat hij eerder in België asiel had aangevraagd. Dit besluit is onherroepelijk geworden. Eiser is op 28 november 2017 overgedragen aan de Belgische autoriteiten. Op 11 juli 2018 vroeg eiser opnieuw asiel aan in Nederland, maar ook deze aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde in beroep dat hij stelselmatig en structureel werd gediscrimineerd in België en onvoldoende bescherming kreeg van de Belgische autoriteiten. Hij voerde aan dat hij geen vertrouwen heeft in de Belgische autoriteiten en zich daarom niet tot hogere instanties kon wenden. De rechtbank oordeelde dat eiser deze beweringen niet heeft onderbouwd en dat hij geen aannemelijk bewijs heeft geleverd van tekortkomingen in het Belgische asielproces of opvangvoorzieningen.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij het aan eiser is om aan te tonen dat dit niet langer kan. Omdat eiser dit niet heeft gedaan, blijft België verantwoordelijk voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard omdat België verantwoordelijk blijft voor de behandeling.