ECLI:NL:RBDHA:2019:1997
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid LHBT-activisme en biseksuele geaardheid
Eiser, een Russische burger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn biseksuele geaardheid en problemen met een leider van een organisatie die LHBT-activisten zou vervolgen. Hij stelde dat hij vanwege zijn activisme en seksuele geaardheid werd bedreigd en ontslagen. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig waren, zijn verhaal over het ontslag, de bedreigingen en zijn biseksuele geaardheid onvoldoende aannemelijk was. Het LHBT-activisme werd gezien als onderdeel van één verhaallijn en niet als separaat motief. De rechtbank vond dat eiser slechts een marginale rol had bij demonstraties en onvoldoende bewijs leverde dat hij persoonlijk het doelwit was.
Voorts was de verklaring over zijn biseksuele geaardheid inconsistent en summier, wat de geloofwaardigheid verder ondermijnde. De rechtbank volgde de staatssecretaris in het oordeel dat het beroep ongegrond was en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.