ECLI:NL:RBDHA:2019:1998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Zwitserland
Eiser, een Eritrese nationaliteit, diende op 15 oktober 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser eerder asielverzoeken in Zwitserland had ingediend. Zwitserland had ingestemd met terugname van eiser.
Eiser betoogde dat het Zwitserse beschermingsbeleid jegens illegaal uitgereisde Eritreeërs onvoldoende is en dat hij risico loopt op indirect refoulement bij overdracht. Hij verwees naar rapporten en jurisprudentie ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Zwitserland blijft gelden, dat Zwitserland de asielaanvraag zal behandelen en dat eiser bij het EHRM terecht kan indien hij het niet eens is met de Zwitserse procedure. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 28 februari 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.