Op 22 november 2015 stak verdachte het slachtoffer meerdere keren met een mes in de rug, wat resulteerde in snijverwondingen met een genezingsduur van vier weken. De rechtbank moest beoordelen of sprake was van poging doodslag of poging zware mishandeling.
De officier van justitie vroeg vrijspraak voor poging doodslag en veroordeling voor poging zware mishandeling. De verdediging pleitte vrijspraak en voerde noodweer, noodweerexces en putatief noodweer aan. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van opzet op doodslag, maar wel van opzet op zwaar lichamelijk letsel.
Het beroep op noodweer werd verworpen omdat de wederrechtelijke aanranding was geëindigd toen verdachte het mes afpakte. Het beroep op putatief noodweer werd ook afgewezen omdat verdachte niet redelijkerwijs mocht aannemen dat hij werd aangevallen met een wapen. De rechtbank veroordeelde verdachte tot 90 dagen gevangenisstraf waarvan 74 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.