ECLI:NL:RBDHA:2019:2207
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing derde asielaanvraag op grond van opvolgende aanvraag en beoordeling homoseksuele geaardheid
Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft drie asielaanvragen ingediend. De eerste werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van bedreigingen, de tweede wegens twijfel aan zijn homoseksuele geaardheid. De derde aanvraag werd eveneens afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege het karakter van een opvolgende aanvraag.
Eiser stelde dat de vorige beoordeling onjuist was omdat deze te veel nadruk legde op het bewustwordingsproces en zelfacceptatie, en dat het beleid inmiddels was aangepast. De rechtbank oordeelde dat de eerdere procedure uitgebreid was en niet uitsluitend op deze aspecten was gebaseerd, zodat herbeoordeling niet aan de orde was.
Verder wees de rechtbank het betoog af dat de afwijzing gebaseerd was op stereotype opvattingen over LHBTI-relaties, omdat verweerder juist kritiek had op ongerijmde en summiere verklaringen van eiser over zijn relaties. Ook werd het argument over beperkte cognitieve vaardigheden niet inhoudelijk behandeld omdat dat in de eerdere procedure naar voren had moeten komen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de derde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.