ECLI:NL:RBDHA:2019:2281
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Roemenië volgens Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende persoon, diende op 18 september 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser eerder asielverzoeken had ingediend in Roemenië en Duitsland. Op grond van de Dublinverordening is Roemenië verantwoordelijk voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser voerde aan dat het onduidelijk was waarom een claimverzoek bij Roemenië was ingediend en niet bij Duitsland, en stelde subsidiair dat hij in Roemenië slecht zou zijn behandeld. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Roemenië zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen.
Verder stelde eiser dat zijn aanvraag aan zich had moeten worden getrokken vanwege zijn gezondheidstoestand, maar hij overlegde geen medische documenten en leverde onvoldoende bewijs voor bijzondere omstandigheden. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is.