ECLI:NL:RBDHA:2019:2287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing en afwijzing verzoek verruiming omgangsregeling in belang van kind
De moeder verzocht de rechtbank om een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling te laten vervallen en om een verruiming van de omgangsregeling met haar minderjarige dochter. De schriftelijke aanwijzing betrof een wijziging van de omgangsregeling, die volgens de moeder via de kinderrechter had moeten verlopen op grond van artikel 1:265g BW. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing onrechtmatig was, omdat het vaststellen en wijzigen van omgangsafspraken niet via een schriftelijke aanwijzing kan worden geregeld zonder uithuisplaatsing.
De minderjarige verblijft al langere tijd bij haar opa en oma van vaderszijde vanwege spanningen in de thuissituatie. De omgangsregeling bestond uit begeleide bezoeken eens in de vier weken, die recent waren verruimd. De moeder wilde de omgang verder uitbreiden en de begeleiding laten verzorgen door Impegno in plaats van haar ouders.
De rechtbank nam de kwetsbaarheid van het kind en de positieve, doch nog beperkte, ontwikkeling van de moeder mee in haar oordeel. Gezien de hechtingsproblematiek en het belang van het kind achtte de rechtbank het niet opportuun om de omgangsregeling verder te verruimen of de begeleiding te wijzigen. De schriftelijke aanwijzing werd vervallen verklaard en het verzoek tot verruiming afgewezen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en tegen de omgangsregeling kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing wordt vervallen verklaard en het verzoek tot verruiming van de omgangsregeling wordt afgewezen in het belang van het kind.