ECLI:NL:RBDHA:2019:2347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.A. van der Schaaf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken rechtmatig gezag referent
Eiseres, geboren in 2000 en met de Surinaamse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) als familielid bij haar biologische vader (referent). Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres onder het rechtmatig gezag van de referent stond ten tijde van het besluit.
Eiseres overhandigde in de beroepsfase een voogdijbeschikking, verklaring burgerlijke staat en antecedentenverklaring, maar deze documenten waren pas na het bestreden besluit verkregen en ingebracht. De rechtbank oordeelde dat deze late overlegging niet verschoonbaar was en dat het bestreden besluit moet worden getoetst op het moment van besluitvorming.
Verder stelde verweerder dat er geen sprake was van familieleven in Suriname zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die verblijf in Nederland rechtvaardigen. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig gezag ten tijde van het besluit.