Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
[verzoeker], te [plaats], verzoeker
De Burgemeester van Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
14 januari 2019.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bij besluit van 4 december 2018 de aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten in zijn horecagelegenheid ingetrokken gekregen door de burgemeester van Den Haag. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een actuele financiële noodsituatie of bedreiging van de continuïteit van de onderneming. De door verzoeker overgelegde financiële stukken gaven geen actueel beeld van de omzet uit de kansspelautomaten en maakten niet aannemelijk dat het voortbestaan van de onderneming in gevaar is.
Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.