ECLI:NL:RBDHA:2019:2368
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser, een Soedanese asielzoeker, diende op 3 januari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat is aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet kan worden aangenomen omdat Frankrijk geen opvang biedt en eiser niet heeft uitgezet naar Soedan. Ook stelde hij dat Nederland zijn aanvraag inhoudelijk had moeten beoordelen vanwege zijn kwetsbare positie en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat Frankrijk is gebonden aan het Vluchtelingenverdrag en het EVRM en dat verweerder op het vertrouwensbeginsel mocht steunen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat er systematische tekortkomingen zijn in Frankrijk die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Ook is geen sprake van onzorgvuldigheid in de besluitvorming door verweerder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielaanvraag aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.