ECLI:NL:RBDHA:2019:2371
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen opvolgende asielaanvraag wegens niet verschijnen bij gehoor
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 13 juni 2018 een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser zonder voorafgaande kennisgeving niet verscheen bij het gehoor op 5 februari 2019. Eiser betoogde dat hij geen oproep had ontvangen en dat ook de opvanglocatie niet op de hoogte was van het gehoor, maar de rechtbank oordeelde dat de uitnodiging wel aan de gemachtigde was verzonden en dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het ontvangen van de informatie.
De rechtbank stelde vast dat de gemachtigde eiser schriftelijk had geïnformeerd over het gehoor en dat het COA op de hoogte was van de datum. Er was geen verschoonbare reden voor het niet verschijnen van eiser. Verweerder had daarom terecht de aanvraag buiten behandeling gesteld. Ook was er geen sprake van onzorgvuldig handelen door verweerder.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.