ECLI:NL:RBDHA:2019:2440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens Dublinverordening en meerderjarigheid
Eiser heeft op 31 augustus 2018 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Uit Eurodac bleek dat hij eerder in Italië en Duitsland een verzoek tot internationale bescherming had gedaan. De Duitse autoriteiten hebben ingestemd met overname van eiser, waardoor Nederland de aanvraag niet in behandeling nam op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser betwistte de meerderjarigheid die verweerder aanhield, omdat volgens hem een leeftijdsonderzoek nog niet had plaatsgevonden en hij minderjarig zou zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de meerderjarigheid, mede op basis van registratie in Duitsland en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De doopakte van eiser werd niet als authentiek erkend.
Verder wees de rechtbank het beroep af omdat verweerder terecht geen melding maakte van een verzoek tot gezinshereniging vanuit Italië, dat was afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Ook faalde het beroep op artikel 8 en Pro 17 van de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en eiser meerderjarig is.