ECLI:NL:RBDHA:2019:2443
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en niet tijdige aanmelding
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 5 februari 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat hij vanwege deelname aan demonstraties tegen de Iraanse overheid en het gebruik van geweld tegen de politie werd gezocht door de autoriteiten, waarna hij onderdook en Iran ontvluchtte.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser voorafgaand aan zijn aanvraag een week in Nederland verbleef zonder zich direct aan te melden bij de autoriteiten. Hoewel de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig werden geacht, werden zijn verklaringen over de demonstraties en de daaropvolgende vervolging door de Iraanse autoriteiten als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser tegenstrijdige en wisselende verklaringen had afgelegd over het aantal demonstraties, de datum van de huisinval bij zijn ouders en de omstandigheden rondom zijn identiteitsdocumenten. Ook ontbrak een onderbouwing voor zijn stelling dat hij risico liep vanwege geweld tegen politieagenten. Verder werd het niet tijdig aanmelden bij de Nederlandse autoriteiten als zwaarwegend beschouwd.
Gelet op deze feiten concludeerde de rechtbank dat het asielrelaas niet aannemelijk was en dat eiser geen reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Iran. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.