ECLI:NL:RBDHA:2019:2447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiseres heeft op 14 oktober 2018 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit volgt uit het feit dat eiseres op 4 september 2018 een Schengenvisum van Frankrijk heeft ontvangen en Frankrijk heeft ingestemd met overname.
Eiseres betwist de verantwoordelijkheid van Frankrijk en voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden vanwege slechte opvangomstandigheden en tekortkomingen in Frankrijk. Zij stelt dat zij van meet af aan de intentie had om in Nederland asiel aan te vragen en dat in Frankrijk indirect refoulement dreigt.
De rechtbank oordeelt dat Frankrijk is gebonden aan het Vluchtelingenverdrag en het EVRM en dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de naleving hiervan. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Frankrijk. De enkele stelling dat zij van landgenoten hoorde over slechte opvang is onvoldoende. Ook de intentie van eiseres is niet relevant voor de toepassing van de Dublinverordening.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.