ECLI:NL:RBDHA:2019:2452

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2019
Publicatiedatum
13 maart 2019
Zaaknummer
19.3187
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens vertrek eiser

Eiser had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

Tijdens de zitting, die gelijktijdig met een andere zaak werd behandeld, verscheen eiser niet, ondanks kennisgeving aan de rechtbank. Verweerder werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

De rechtbank stelde vast dat eiser zelfstandig zijn woonruimte op het asielzoekerscentrum had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer had bij de beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.3187

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. F. Boone),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: Ch.R. Vink).

Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL 19.3188, plaatsgevonden op 7 maart 2019. Eiser is, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken. Uit informatie van 21 februari 2019 van de Dienst Terugkeer en Vertrek blijkt dat eiser zelfstandig de woonruimte op het AZC heeft verlaten.
2. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van
mr. L. Heekelaar, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.