ECLI:NL:RBDHA:2019:2459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens onvoldoende individuele bedreiging in veilig land van herkomst
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, deed een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland vanwege vrees voor terrorisme in zijn land van herkomst. Hij vluchtte als minderjarige uit Algerije en had rechtmatig verblijf in Duitsland, maar moest na meerderjarigheid terugkeren. De aanvraag werd door verweerder afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn identiteit en herkomst onvoldoende aannemelijk had gemaakt door het ontbreken van identificerende documenten. Hoewel de feitelijke gebeurtenissen geloofwaardig werden geacht, ontbrak het aan bewijs voor persoonlijke bedreigingen of ronseling door terroristen. Algerije werd bevestigd als een veilig land van herkomst, en eiser kon niet aantonen dat dit in zijn specifieke situatie anders was.
Eiser stelde dat de terreursituatie in Algerije onvoldoende was meegewogen en dat het motiveringsbeginsel was geschonden. De rechtbank vond echter dat verweerder zich deugdelijk had gemotiveerd en dat een beroep op de algemene situatie onvoldoende is om bescherming te verkrijgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod terecht opgelegd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.