ECLI:NL:RBDHA:2019:2481
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verordening Italië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 5 maart 2019.
De rechtbank heeft in de bodemzaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening geen doel meer dient en daarom is afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Meijers en griffier D.D. Tempelman en is in het openbaar digitaal ondertekend en bekendgemaakt op 19 april 2019. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.