ECLI:NL:RBDHA:2019:2483
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Italië
Verzoeker, een Nigeriaanse burger geboren in 1998, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Het onderzoek vond plaats op 5 maart 2019, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder. De voorzieningenrechter overwoog dat nu bij uitspraak van 11 maart 2019 het beroep in de bodemzaak ongegrond was verklaard, er geen aanleiding meer was voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.