ECLI:NL:RBDHA:2019:2484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening Finland
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 22 november 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Finland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, mede op basis van eerdere asielaanvragen van eiser in Finland in 2015 en 2018.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Finland. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Finland een risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro.
Ook zijn bezwaren over de tolk- en advocaatwerkwijze in Finland zijn onvoldoende onderbouwd. Daarnaast is onvoldoende aangetoond dat Finland niet kan voorzien in medische zorg voor zijn psychische problemen of dat Nederland het meest aangewezen land is voor behandeling.
Het beroep op artikel 16 Dublinverordening Pro wegens afhankelijkheid van zijn zus in Nederland wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Evenmin zijn bijzondere individuele omstandigheden op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat verweerder niet verplicht was informatie over de verblijfplaats van de zus aan Finland te melden. Partijen is gewezen op de mogelijkheid om bij medische onderbouwing een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.