ECLI:NL:RBDHA:2019:2664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziening boetebesluit bij bijstandsuitkering afgewezen
Eiseres en haar ex-partner hebben gezamenlijk een bijstandsuitkering aangevraagd en ontvangen. Verweerder trok de uitkering in en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, omdat eiseres inkomsten niet had gemeld. Eiseres betwistte het boetebesluit en stelde dat zij niet op de hoogte was van de uitkering en dat haar handtekening op de aanvraag mogelijk was vervalst.
Verweerder wees het verzoek tot herziening van het boetebesluit aanvankelijk af, maar verlaagde later de boete naar aanleiding van bezwaar. Eiseres stelde beroep in tegen deze herziening. De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende op de hoogte was van de uitkering en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verwierp het beroep en concludeerde dat de boete terecht was verlaagd op grond van draagkracht, maar dat het beroep verder ongegrond was. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt dat het bestuursorgaan zorgvuldig heeft gehandeld en dat de boete passend is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van het boetebesluit wordt ongegrond verklaard en de boete blijft verlaagd tot € 5.728,56.