Op 27 november 2018 stak de verdachte, in dronken toestand, een mes in de wang van het slachtoffer nabij de halsslagader, waardoor het slachtoffer een snijwond opliep. De rechtbank oordeelde dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer heeft aanvaard, waarmee sprake is van poging tot doodslag.
De verdachte had het mes bij zich terwijl hij niet aan het werk was, waardoor het mes als wapen van categorie IV werd aangemerkt. De rechtbank verklaarde het dragen van het mes wettig en overtuigend bewezen, maar legde hiervoor geen straf op, slechts een schuldigverklaring.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 26 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en ambulante behandeling vanwege alcoholproblematiek. De verdachte toonde spijt en was bereid mee te werken aan behandeling. Het mes werd verbeurd verklaard en een trui teruggegeven aan de verdachte.
De rechtbank achtte de verdachte volledig toerekeningsvatbaar ondanks een mogelijke autisme spectrum stoornis en verstandelijke beperking, omdat onvoldoende bewijs ontbrak voor een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis ten tijde van het delict.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het gebruik van een mes in het openbaar en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, met aandacht voor het relatief geringe letsel en het voorkomen van recidive.