ECLI:NL:RBDHA:2019:2856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen te late verlenging verblijfsvergunning studie wegens verwijtbaarheid vreemdeling
Eiser, een Pakistaanse student, had een verblijfsvergunning voor studie die geldig was tot 1 juli 2018. Hij verzocht om verlenging van deze vergunning, maar de aanvraag werd te laat ingediend door de erkend referent, de onderwijsinstelling. De rechtbank oordeelt dat eiser zelf verantwoordelijk was voor tijdige melding aan de referent en dat hij deze niet redelijkerwijs de kans gaf om de aanvraag tijdig in te dienen.
Eiser stelde dat hij verkeerd was geïnformeerd door de onderwijsinstelling en dat de te late indiening niet aan hem kon worden toegerekend. De rechtbank erkent de verkeerde informatie, maar stelt dat eiser ondanks zijn twijfels pas op 29 juni 2018 een verzoek tot verlenging indiende, te laat om tijdige indiening te waarborgen.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigt dit besluit. Er is geen aanleiding om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid wegens bijzondere omstandigheden. Het verblijfsgat van 1 tot 19 juli 2018 blijft bestaan, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege verwijtbare te late indiening van de verlengingsaanvraag, waardoor een verblijfsgat ontstaat.