ECLI:NL:RBDHA:2019:2882
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap na langdurig verblijf in Suriname
Verzoeker, geboren in Suriname in 1952 als kind van Nederlandse ouders, verkreeg bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. Na vestiging in Nederland in 1969 en de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, behield hij op grond van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) zijn Nederlanderschap. In 1977 keerde hij terug naar Suriname, waar hij sinds langere tijd verblijft.
Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap met ingang van geboorte werd door de rechtbank beoordeeld aan de hand van artikel 5 tweede Pro lid TOS, dat bepaalt dat langdurig verblijf in Suriname leidt tot verlies van het Nederlanderschap. Verzoeker betoogde dat dit artikel in strijd is met internationale verdragen en het verbod op willekeur en discriminatie, maar de rechtbank oordeelde dat het artikel neutrale criteria hanteert en een legitieme remigratiegedachte bevat.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker door zijn langdurig verblijf in Suriname en het aanvragen van een Surinaams paspoort het Nederlanderschap heeft verloren en niet staatloos is geworden. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen vanwege verlies door langdurig verblijf in Suriname volgens artikel 5 lid 2 TOS.