Uitspraak
verzoekster,
advocaten: mr. C. Boersma en mr. C.M. Molhuysen te Amsterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De vennootschap heeft op eigen aanvraag faillissement verzocht vanwege financiële problemen en het staken van haar activiteiten per 1 januari 2019. De rechtbank stelt vast dat de vennootschap meerdere schuldeisers heeft en in beginsel voldoet aan de wettelijke faillissementscriteria, waaronder het hebben opgehouden te betalen.
Echter, de rechtbank concludeert dat er voldoende liquiditeit is om de gewone schuldeisers te voldoen, behoudens intercompanyschulden die niet opeisbaar zijn gesteld. De vennootschap heeft geen aannemelijk belang bij faillietverklaring aangetoond en gebruikt de faillissementsaanvraag om op eenvoudige wijze van duurovereenkomsten af te komen, waaronder 180 arbeidsovereenkomsten en vier huurovereenkomsten.
De rechtbank benadrukt dat het faillissement niet bedoeld is als middel om een signaal naar de markt af te geven of om de onderneming te beëindigen, waarvoor alternatieve wettelijke wegen bestaan. Daarom wordt het verzoek tot faillietverklaring afgewezen wegens misbruik van recht en het ontbreken van een redelijk belang.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens ontbreken van een redelijk belang en misbruik van recht.