ECLI:NL:RBDHA:2019:301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening VOG
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) door de Minister voor Rechtsbescherming. Nadat verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaarde en alsnog de VOG toekende, trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in.
Verzoeker vorderde vervolgens dat verweerder in de proceskosten van de procedure werd veroordeeld. Verweerder verzette zich hier niet tegen en gaf toestemming om zonder zitting uitspraak te doen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aan verzoeker tegemoet was gekomen conform de wettelijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom werd de proceskostenveroordeling toegewezen, waarbij verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van Zeben-de Vries op 16 januari 2019 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker.