ECLI:NL:RBDHA:2019:3067
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en relaas
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag was afgewezen. In de eerste procedure werden zijn identiteit en nationaliteit geloofwaardig geacht, maar zijn homoseksuele geaardheid werd niet geloofd. In de opvolgende aanvraag stelde eiser dat hij toen niet zijn ware identiteit en relaas had verteld, en overlegt documenten die zijn werkzaamheden als veiligheidsmedewerker en politieagent in Afghanistan zouden onderbouwen.
Verweerder liet de documenten onderzoeken, waarbij slechts enkele documenten als echt werden bevonden. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn ware identiteit en relaas in de eerste procedure had moeten verstrekken en dat de documenten onvoldoende aannemelijk maakten dat zijn nieuwe relaas betrouwbaar was. De politiepas was niet op zijn naam gesteld en de tazkera vermeldde niet zijn stamnaam. Daarnaast was er geen bewijs dat hij de naam gebruikte die op sommige documenten stond.
De rechtbank vond dat verweerder terecht de verklaringen over de werkzaamheden en de bedreigingen door de Taliban ongeloofwaardig had bevonden. Ook werd gewezen op het algemene ambtsbericht dat fraude met documenten in Afghanistan veel voorkomt. De aanvraag werd daarom terecht als kennelijk ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is afgewezen wegens ongeloofwaardige identiteit en asielrelaas.