ECLI:NL:RBDHA:2019:3093
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken familieleven
Verzoeker, een Nigeriaanse nationaliteitdragende man, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees deze aanvraag af omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en niet voldeed aan vrijstellingseisen. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een partnerrelatie vergelijkbaar met een huwelijk, mede omdat zij elkaar recentelijk online hadden leren kennen en geen gezamenlijke huishouding voeren. Tevens kon verzoeker niet aantonen dat hij de biologische vader is van zijn gestelde dochter, mede door het ontbreken van geaccrediteerd DNA-onderzoek en officiële familierechtelijke documenten.
Verder was er geen bewijs voor een privéleven van verzoeker in Nederland. Gezien deze omstandigheden heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs voor familieleven en vaderschap.