ECLI:NL:RBDHA:2019:3098
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voor verblijf bij moeder wegens ontbreken mvv en onvoldoende belangenafweging
Verzoekster, geboren in 1984 en van Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar moeder in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en de aanvraag niet binnen een redelijke termijn na eerder verblijf in Nederland was ingediend.
Verzoekster stelde dat er sprake is van beschermenswaardig familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro, met een meer dan normale emotionele band met haar moeder en een morele zorgplicht. Zij voerde aan dat zij niet zelfstandig kan functioneren en dat het gezinsleven niet in Suriname kan worden uitgeoefend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster na haar eerdere verblijfsperiode Nederland had verlaten en haar hoofdverblijf had verplaatst, waardoor geen sprake is van voortgezet verblijf. De emotionele band tussen verzoekster en haar moeder werd niet als meer dan normaal beoordeeld, mede omdat verzoekster zelfstandig kan functioneren en in Suriname kan wonen. De belangenafweging viel daardoor in het nadeel van verzoekster uit. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.