ECLI:NL:RBDHA:2019:3114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten bij Darfur-achtergrond
Eiser, van Soedanese nationaliteit en afkomstig uit de regio Darfur, diende een herhaalde asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die relevant waren voor de beoordeling.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk nieuwe elementen had ingebracht, waaronder verklaringen van belangenorganisaties en verwijzingen naar genocide in Darfur en een aanklacht van het Internationaal Strafhof. De rechtbank oordeelde echter dat deze documenten geen nieuwe feiten vormden, mede omdat de authenticiteit niet kon worden vastgesteld en de verklaringen niet afkomstig waren van objectieve bronnen.
Daarnaast werd de herkomst van eiser uit Noord-Darfur niet aannemelijk geacht, ondanks verklaringen van een voorzitter van een Darfur-vereniging en de taal die eiser sprak. Het gewijzigde beleid voor Soedan werd niet als nieuw feit beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten.