ECLI:NL:RBDHA:2019:3116
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag van Afghaanse Hazara wegens ontbreken reëel risico vervolging
Eiser, een Afghaanse Hazara geboren in 2000, diende een tweede asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag in 2016 was afgewezen en het beroep daarop ongegrond was verklaard. De aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij vanwege zijn etnische achtergrond een reëel risico op vervolging in Afghanistan loopt.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar geloofwaardig was over zijn nationaliteit en identiteit, maar dat hij geen persoonlijke problemen in Afghanistan had ondervonden. De provincie van herkomst, Bamyan, wordt als relatief veilig beschouwd voor Hazara's. De algemene situatie in Afghanistan rechtvaardigt niet dat Hazara's zonder meer als vluchteling worden aangemerkt.
Eisers argument dat verweerder ten onrechte een ex-nunc toets toepaste en dat hij als minderjarige behandeld zou moeten worden, werd verworpen. De rechtbank benadrukte dat het beleid ten tijde van de eerste aanvraag niet bindend is bij een nieuwe aanvraag en dat eiser inmiddels meerderjarig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.