ECLI:NL:RBDHA:2019:3132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser, met de Libische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Duitsland tekortkomingen vertoont in de asielprocedure en opvang, en dat hij risico loopt op indirect refoulement bij overdracht.
De rechtbank overwoog dat Duitsland is aangesloten bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet zal nakomen. De aangevoerde rapporten en artikelen toonden geen systematische tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel zouden doorbreken.
Ook het argument dat bij een herhaalde asielaanvraag in Duitsland geen gefinancierde rechtsbijstand beschikbaar zou zijn, werd verworpen omdat de relevante EU-regelgeving dit toestaat onder voorwaarden. De rechtbank oordeelde dat eiser zich bij problemen moet wenden tot de Duitse autoriteiten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.