ECLI:NL:RBDHA:2019:3153
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij diefstal en verduistering mobiele telefoon en geld
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van diefstal van een tas met inhoud en verduistering van geld via een valse sleutel en pincode op 16 januari 2017. Het onderzoek vond plaats op 11, 12 en 19 maart 2019. De officier van justitie vorderde een taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan bewijs.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het niet verstrekken van belangrijke camerabeelden. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet leidde tot een onherstelbaar vormverzuim, omdat de beelden alsnog aan de verdediging waren verstrekt en er geen sprake was van opzet of grove veronachtzaming.
De bewijsmiddelen bestonden voornamelijk uit herkenningen van de verdachte op camerabeelden van een ING pinautomaat en een schoenenwinkel. De rechtbank vond de beelden echter van onvoldoende kwaliteit om onomstotelijk vast te stellen dat de verdachte de persoon op de beelden was. De kenmerken die de verbalisanten noemden waren te algemeen en onvoldoende onderscheidend, en de kaaklijn van de vrouw op de beelden week af van die van de verdachte.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Tevens werden de kosten van de verdediging door de benadeelde partij gedragen, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.