ECLI:NL:RBDHA:2019:3167
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek asielzoeker uit opvang
De eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 9 augustus 2018 een asielaanvraag in. Op 16 januari 2019 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag af als kennelijk ongegrond. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 28 februari 2019, waarbij eiser niet verscheen ondanks voorafgaande berichtgeving, bleek uit dossierinformatie dat eiser op 23 januari 2019 zelfstandig de asielopvang had verlaten. De gemachtigde van eiser gaf aan sinds 18 januari 2019 geen contact meer met hem te hebben en zijn verblijfplaats onbekend was.
De rechtbank concludeerde op basis van deze feiten dat eiser geen belang meer had bij de beoordeling van zijn beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier J.A.B. Koens op 29 maart 2019. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek uit de asielopvang.