Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 februari 2019 in de zaak tussen
[eiseres], gevestigd te [plaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
- met dagtekening 24 juni 2017 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) over het boekjaar 2009/2010 naar een belastbaar bedrag van € 178.058 en een beschikking heffingsrente van € 3.439;
- met dagtekening 8 juli 2017 een navorderingsaanslag Vpb over het boekjaar 2010/2011 naar een belastbaar bedrag van € 114.259 en een beschikking heffingsrente van € 2.933;
- met dagtekening 15 juli 2017 een navorderingsaanslag Vpb over het boekjaar 2011/2012 naar een belastbaar bedrag van € 53.603 en een beschikking heffingsrente van € 2.712;
- met dagtekening 19 augustus 2017 een navorderingsaanslag Vpb over het boekjaar 2012/2013 naar een belastbaar bedrag van € 135.851 en een beschikking belastingrente van € 2.089;
- met dagtekening 10 juni 2017 een aanslag Vpb over het boekjaar 2013/2014 naar een belastbaar bedrag van € 140.793;
- met dagtekening 7 oktober 2017 een aanslag Vpb over het boekjaar 2014/2015 naar een belastbaar bedrag van € 215.408 en een beschikking belastingrente van € 788;
- met dagtekening 14 oktober 2017 een aanslag Vpb over het boekjaar 2015/2016 naar een belastbaar bedrag van € 246.243.
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.B. Guiljam, mr. W.J. van der Avoird, drs. H.S. Boersma en mr. drs. J.M. Lieshout.
Overwegingen
Geschil10.In geschil is of de onderhavige (navorderings)aanslagen terecht en tot de juiste bedragen aan eiseres zijn opgelegd. Meer in het bijzonder spitst het geschil zich toe op de volgende vragen:
Beslissing
- verklaart de beroepen gericht tegen de navorderingsaanslagen over de boekjaren 2009/2010, 2010/2011, 2011/2012 en 2012/2013 en de daarbij gegeven rentebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken op bezwaar met betrekking tot die navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen;
- vernietigt de navorderingsaanslagen over de boekjaren 2009/2010, 2010/2011, 2011/2012 en 2012/2013 en de daarbij gegeven rentebeschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- verklaart de beroepen gericht tegen de aanslagen over de boekjaren 2013/2014, 2014/2015 en 2015/2016 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.877;
- draagt verweerder op het in zaaknummer SGR 17/7966 betaalde griffierecht van