Uitspraak
Beschikking op het op 24 oktober 2017 ingekomen verzoekschrift van:
[X] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Verzoekster is op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] , Marokko, gehuwd met [Y] (hierna: [Y] ).
- Op 21 oktober 2003 heeft verzoekster zich vanuit Marokko gevestigd in [woonplaats] .
- Op [geboortedag] 2006 is de minderjarige [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] , Marokko. [Y] had ten tijde van deze geboorte de Nederlandse nationaliteit.
- Van de geboorte van [minderjarige] is niet binnen de daarvoor in Marokko wettelijk vastgestelde termijn aangifte gedaan.
- Verzoekster heeft op 25 augustus 2008 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank van [geboorteplaats] , Marokko, om (alsnog) te komen tot inschrijving van de geboortegegevens van [minderjarige] in de registers van de burgerlijke stand te Marokko.
- Het huwelijk van verzoekster en [Y] is op [datum] 2009 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsuitspraak van de rechtbank [woonplaats] van [echtscheidingsbeschikkingsdatum] 2009.
- Bij beslissing van 3 augustus 2009 heeft de rechtbank van [geboorteplaats] , Marokko, naar aanleiding van voormeld verzoek van 25 augustus 2008 – verkort weergegeven – vastgesteld dat [minderjarige] op [geboortedag] 2006 is geboren als kind van haar moeder, verzoekster, en van haar vader: ‘ [YY] ’. De rechtbank heeft bevolen dat de beslissing ingeschreven moet worden in de registers van de burgerlijke stand van de geboorteplaats van [minderjarige] .
- Op 31 augustus 2009 is de geboorteakte van [minderjarige] opgemaakt en opgenomen in het register van het arrondissement [geboorteplaats] , met daarin onder meer als vermelding ‘son of [YY] ’.
- Bij beslissing van de rechtbank van [geboorteplaats] , Marokko, van 14 september 2011 is – verkort weergegeven – de beschikking van 3 augustus 2009 hersteld in die zin dat is vastgesteld dat [minderjarige] de dochter is van een onbekende vader en verzoekster.
- Aan verzoekster is bij Koninklijk Besluit van 26 mei 2011 het Nederlanderschap verleend.
- [minderjarige] heeft lange tijd na haar geboorte in het gezin van haar grootmoeder aan moederszijde in Marokko verbleven.
- Een machtiging voorlopig verblijf (mvv) voor [minderjarige] is bij herhaling afgewezen, voor de laatste keer bij beschikking van 6 december 2016. Het beroep tegen laatstgenoemde beschikking is bij uitspraak van 3 maart 2017 van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, ongegrond verklaard. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in hoger beroep de uitspraak van 3 maart 2017 bevestigd op 15 mei 2017.
- Uit de uitspraak van de rechtbank van 3 maart 2017 volgt dat [minderjarige] toen nog in Marokko verbleef. Daarna is zij op onbekende datum Nederland binnengekomen.