Eiseres, een 82-jarige staatloze Palestijnse vrouw afkomstig uit Syrië, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) werd afgewezen. De aanvraag was gebaseerd op het bestaan van een beschermenswaardig gezinsleven met haar meerderjarige zoon, die sinds 2016 een verblijfsvergunning asiel heeft.
De rechtbank oordeelt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vereist dat er sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen ouder en meerderjarig kind om van een beschermenswaardig gezinsleven te spreken. De staatssecretaris had onterecht als maatstaf gehanteerd dat eiseres uitsluitend afhankelijk moest zijn van haar zoon. Uit de feiten blijkt dat eiseres en haar zoon van 2012 tot 2015 samenwoonden in Syrië, dat eiseres medische klachten heeft waardoor zij niet alleen kan wonen, en dat zij in een onveilige regio verblijft zonder een bestendig sociaal netwerk.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met deze omstandigheden en dat het bezwaar van eiseres niet kennelijk ongegrond was. Ook had verweerder de zoon van eiseres moeten uitnodigen voor een hoorzitting om de persoonlijke band te kunnen beoordelen. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.