ECLI:NL:RBDHA:2019:3351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stelling aanvraag uitstel van vertrek afgewezen
Eiser, een Malinese nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag werd door verweerder buiten behandeling gesteld omdat eiser niet tijdig alle vereiste medische bewijsstukken had overgelegd. De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende medische informatie, met name van de GGZ-POH behandelaar, heeft aangeleverd ondanks meerdere termijnen en uitstel.
De rechtbank overweegt dat uitstel van vertrek alleen wordt verleend indien sprake is van een lopende medische behandeling die bij uitblijven tot een medische noodsituatie leidt. Het enkele feit dat eiser een intake heeft gehad bij een nieuwe behandelaar en wacht op behandeling is onvoldoende om uitstel te rechtvaardigen. De overige beroepsgronden, waaronder angst voor terugkeer vanwege homoseksualiteit, zijn niet relevant in deze procedure.
Gelet op het ontbreken van de noodzakelijke medische bewijsstukken en het niet voldoen aan de wettelijke vereisten, is het besluit van verweerder om de aanvraag buiten behandeling te stellen terecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.