ECLI:NL:RBDHA:2019:3356
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken novum en communicatieproblemen met tolk
Eiser diende op 6 mei 2017 een eerste asielaanvraag in, die door verweerder werd afgewezen en waarop het beroep ongegrond werd verklaard. Op 21 januari 2019 diende eiser een opvolgende asielaanvraag in, die niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, met oplegging van een inreisverbod van twee jaar.
De kern van het geschil betrof de vraag of communicatieproblemen met de Franse tolk tijdens het gehoor van de opvolgende aanvraag als een novum konden worden beschouwd, en of verweerder een nieuw medisch onderzoek had moeten laten uitvoeren. De rechtbank oordeelde dat uit de eerdere procedure geen aanwijzingen voor tolkomstandigheden naar voren waren gekomen en dat de communicatieproblemen tijdens het gehoor van de opvolgende aanvraag niet als nieuw feit konden gelden.
Daarnaast was er geen aanleiding voor een nieuw medisch onderzoek omdat dit niet verplicht is bij opvolgende aanvragen en eiser geen medische onderbouwing had geleverd. Ook het betoog dat verweerder onvoldoende vragen had gesteld over de bekering tot het christendom werd verworpen, aangezien hierover in de eerdere procedure reeds een oordeel was gegeven waartegen geen hoger beroep was ingesteld.
De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een herbeoordeling als eerste aanvraag rechtvaardigden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.