ECLI:NL:RBDHA:2019:3416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, van Jemenitische nationaliteit, diende op 25 november 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 27 augustus 2018 in Spanje al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen en dat hij bijzondere omstandigheden had die overdracht onevenredig hard maakten. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Spanje de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM zou schenden. Ook was niet gebleken dat hij geen toegang tot Spaanse autoriteiten zou hebben.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat de wens van eiser om in Nederland bescherming te zoeken niet relevant is onder de Dublinverordening. Persoonlijke omstandigheden, zoals angst voor familieleden in Spanje, kunnen wel worden meegewogen maar maken de overdracht niet onredelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.