ECLI:NL:RBDHA:2019:3629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. Borkent
- J.C. Sluymer
- A.E.J. Satink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging machtiging uithuisplaatsing en verzoeken medische behandeling, bijzonder curator en omgangsregeling
De rechtbank Den Haag behandelde op 29 maart 2019 gecombineerde verzoeken betreffende een minderjarige die uit huis geplaatst was in een gezinsgerichte voorziening. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, vervangende toestemming voor medische behandeling, benoeming van een bijzonder curator en wijziging van de omgangsregeling.
De vader en moeder van de minderjarige zijn niet gehuwd, delen het ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van het kind was bij de vader vastgesteld. De rechtbank had eerder bepaald dat de minderjarige uiterlijk 1 april 2019 bij de vader thuis zou worden geplaatst onder begeleiding van hulpverlening. De gecertificeerde instelling stelde dat de voorwaarden voor terugplaatsing nog niet waren vervuld en dat de ouders onvoldoende meewerkten.
De rechtbank oordeelde dat de vader voldoende stappen had gezet om aan de voorwaarden te voldoen, waaronder psychotherapie en hulpverlening voor het kind. De thuisplaatsing was in het belang van het kind en de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk. Het verzoek tot verlenging van de machtiging werd afgewezen. Ook werd het verzoek tot vervangende toestemming medische behandeling afgewezen omdat de vader de behandeling na thuiskomst zou regelen. De benoeming van een bijzonder curator werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak en het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling werd afgewezen omdat de thuisplaatsing per 1 april 2019 plaatsvond.
Uitkomst: Verzoeken tot verlenging machtiging uithuisplaatsing, vervangende toestemming medische behandeling, benoeming bijzonder curator en wijziging omgangsregeling zijn afgewezen; de minderjarige wordt per 1 april 2019 bij de vader thuisgeplaatst.