ECLI:NL:RBDHA:2019:3649
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid Iraakse asielzoeker
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht asiel op grond van zijn homoseksuele gerichtheid en de vrees voor vervolging bij terugkeer naar Irak. Hij stelde dat hij vogelvrij was verklaard door zijn stam nadat zijn seksuele geaardheid bekend werd en dat hij traumatische ervaringen had, waaronder verkrachting en automutilatie.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiser onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn proces van zelfacceptatie en de risico's die hij liep. Daarnaast vond de rechtbank dat eiser niet aannemelijk had gemaakt waarom hij niet eerder volledig had verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de verlengde asielprocedure terecht niet werd toegepast en dat de psychische klachten onvoldoende waren onderbouwd om dit te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de Iraakse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn homoseksuele gerichtheid en onvoldoende onderbouwing van zijn asielmotief.