ECLI:NL:RBDHA:2019:3673
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiseres eerder in Italië asiel had aangevraagd en het EU-gebied sindsdien niet had verlaten.
Eiseres stelde dat zij onder dwang in de prostitutie had gewerkt om een schuld aan een reisagent af te betalen en dat zij bij terugkeer naar Italië vreest voor deze reisagent. De rechtbank achtte deze vrees niet aannemelijk, mede omdat eiseres verklaarde haar schuld te hebben afbetaald en geen problemen te hebben ondervonden sinds 2018.
Daarnaast was in geschil of verweerder eiseres voldoende gelegenheid had geboden om aangifte te doen van mensenhandel. De rechtbank oordeelde dat verweerder in het kader van de Dublinprocedure niet verplicht was ambtshalve te beoordelen of eiseres in aanmerking kwam voor een reguliere verblijfsvergunning en dat het aan de politie is om aangifte te faciliteren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanleiding had gezien om de asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.