Op 23 december 2016 raakte een medewerker van de aannemer tijdens renovatiewerkzaamheden een warmwaterleiding in een appartementencomplex beschadigd. Hierdoor moest de centrale waterleiding worden afgesloten, waardoor bewoners tijdelijk geen warm water hadden. De bewoonster van een nabijgelegen appartement vertrok kort daarna voor een reis, terwijl de warmwaterkraan open bleef staan, wat leidde tot waterschade.
Fatum, de verzekeraar van de eigenaar van het beschadigde appartement, stelde dat de aannemer onrechtmatig had gehandeld door zijn zorgplicht te schenden. Dit zou zijn gebeurd doordat de aannemer voorafgaand aan de werkzaamheden geen onderzoek deed naar de leidinglocatie en geen voorzorgsmaatregelen trof. De rechtbank oordeelde echter dat Fatum onvoldoende had onderbouwd dat een professionele aannemer een dergelijke vergaande zorgplicht heeft bij reguliere tegelverwijdering.
De rechtbank vond dat de leiding zich op een onverwachte plek bevond en dat de aannemer dit niet kon voorzien. Ook was er geen bewijs dat de aannemer meer had moeten doen om schade te voorkomen, zoals het informeren van bewoners. Bovendien was de schade vooral veroorzaakt door het niet dichtdraaien van de warmwaterkraan door de bewoonster tijdens haar afwezigheid, een gedraging die niet aan de aannemer kan worden toegerekend.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van Fatum af en veroordeelde haar in de proceskosten van de tegenpartij.