Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2019 in de zaken tussen
[EISERES], wonende te [PLAATS], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Hoe wil ik uw aangifte wijzigen?
“occipitale mingocele waarvoor wisselende kussens en [een] aangepast[e] bedbodem noodzakelijk is”.Daarmee maakt eiseres naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat recht bestaat op aftrek wegens uitgaven ten behoeve van de aanschaf van extra beddengoed. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 38 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting dienen deze uitgaven per jaar voor een bedrag van € 310 in aanmerking te worden genomen. Dat recht zou bestaan op een hoger bedrag aan uitgaven voor extra beddengoed is de rechtbank niet gebleken. Eiseres heeft de overige aangegeven specifieke zorgkosten niet met stukken onderbouwd. Facturen en kwitanties uit 2016 kunnen niet als bewijs gelden voor specifieke zorgkosten in 2013, 2014 en 2015. Dat verweerder gedurende de bezwaarfase zou hebben geweigerd om door eiseres aangedragen bewijsstukken in ontvangst te nemen, is niet aannemelijk geworden nu eiseres deze stelling niet anders heeft onderbouwd dan met haar eigen verklaring. Daar komt bij dat deze stelling niet strookt met de informatieverzoeken van 27 november 2017. Overigens zijn de stukken ook gedurende de beroepsfase niet overgelegd.